Search term voorkomen has 29 results
NL Dutch EN English
voorkomen (n) [the state of being, existing, or occurring] {n} existence (n) [the state of being, existing, or occurring]
voorkomen [preventie] {n} preclude [preventie] (formal)
voorkomen [algemeen] {n} incidence [algemeen]
voorkomen [verhinderen] {n} forestall [verhinderen]
voorkomen [ongeval] {n} prevent [ongeval]
NL Dutch EN English
voorkomen [algemeen] {n} prevent [algemeen]
voorkomen [algemeen] {n} hinder [algemeen]
voorkomen [algemeen] {n} guise [algemeen] (formal)
voorkomen [naam] {n} be listed [naam]
voorkomen [gebeurtenis] {n} happen [gebeurtenis]
voorkomen [gebeurtenis] {n} occur [gebeurtenis]
voorkomen [bestaan] {n} occur [bestaan]
voorkomen [naam] {n} figure [naam]
voorkomen [bestaan] {n} exist [bestaan]
voorkomen [fysiek] {n} exterior [fysiek]
voorkomen [ongeval] {n} ward off [ongeval]
voorkomen [aanwezigheid] {n} existence [aanwezigheid]
voorkomen [aanwezigheid] {n} occurrence [aanwezigheid]
voorkomen [naam] {n} appear [naam]
voorkomen [voorwerpen] {n} be present [voorwerpen]
voorkomen [bestaan] {n} be present [bestaan]
voorkomen [verhinderen] {n} anticipate [verhinderen]
voorkomen [aanblik] {n} visage [aanblik] (literature)
voorkomen [fysiek] {n} appearance [fysiek]
voorkomen [aanblik] {n} appearance [aanblik]
voorkomen [aanblik] {n} aspect [aanblik]
voorkomen [poging] {n} foil [poging]
voorkomen [ongeval] {n} avert [ongeval] (formal)
voorkomen (v) [to avert or prevent] {n} ward off (v) [to avert or prevent]

Dutch English translations

NL Synonyms for voorkomen EN Translations
schijn [mom] m shine
mom [dekmantel] disguise
voorwendsel [dekmantel] n put-off
masker [dekmantel] n gloss
lijken [aandoen] seem
klinken [aandoen] n sound
schijnen [dunken] seem
uiterlijk [gelaat] n external
fysionomie [gelaat] f physiognomy (formal)
plaatsvinden [geschieden] take place
zich voordoen [geschieden] emerging
gebeuren [geschieden] episode
aanschijn [aangezicht] exterior
gelaatstrekken [aangezicht] (p physiognomy (formal)
gelaat [aangezicht] n face
geschieden [gebeuren] take place
dienen [voorkomen] should
vermijden [verhinderen] eschew
vóór zijn [anticiperen] forestall
vooruitlopen [anticiperen] go on